ECLI:NL:CRVB:2019:2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring over AOW-premies 2005 ondanks onjuist wettelijk kader
Appellant is schuldig nalatig verklaard wegens het niet voldoen van de premies voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) over het jaar 2005. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond op basis van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). In hoger beroep stelt appellant dat hij wel een adres in Brazilië heeft achtergelaten en dat zijn belastingadviseur aangifte heeft gedaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het geschil moet worden beslecht aan de hand van de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv), die een gelijkwaardige regeling kent. De Raad concludeert dat er sprake is van een ambtshalve aanslag omdat appellant geen of onvoldoende medewerking heeft verleend. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de aanslag niet heeft ontvangen of dat dit hem niet kan worden toegerekend.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zij het met een verbeterde motivering, en veroordeelt de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van de proceskosten aan appellant. De schuldig nalatig verklaring blijft in stand omdat appellant niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen om zijn adreswijziging kenbaar te maken en geen bewijs heeft geleverd van een ingediende aangifte over 2005.
Uitkomst: Appellant is terecht schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van AOW-premies over 2005.