ECLI:NL:CRVB:2019:2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig conciërge, meldde zich ziek met energetische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 18 november 2016 op basis van een verzekeringsartsrapport waarin appellant geschikt werd geacht voor zijn laatst verrichte arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geschiktheid overtuigend was gemotiveerd. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn medische beperkingen en verzocht om benoeming van een onafhankelijke psychiater.
De Raad oordeelde dat de aanvullende medische informatie van de cardioloog en psychiater geen aanleiding gaf tot twijfel over het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De klachten waren stabiel en onder medicamenteuze behandeling, en de aard van de werkzaamheden was voldoende duidelijk in beeld gebracht.
De Raad concludeerde dat het UWV op goede gronden de Ziektewetuitkering heeft beëindigd en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een onafhankelijke deskundige of toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.