ECLI:NL:CRVB:2019:2719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake indicatie langdurige zorg wegens ontbreken blijvende 24-uurszorgbehoefte
Verzoeker, bekend met autisme, ADHD en een verstandelijke beperking, heeft een aanvraag gedaan voor langdurige zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat de grondslag verstandelijke handicap niet kon worden vastgesteld en er geen sprake was van ernstige beperkingen die een blijvende 24-uurszorgbehoefte rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en bepaalde dat hij toegang heeft tot Wlz-zorg. Het CIZ stelde hoger beroep in en verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de zware belasting van de mantelzorger en dreiging van escalatie, maar dat uit deskundigenverklaringen bleek dat verzoeker niet was aangewezen op intensieve 24-uurszorg.
De voorzieningenrechter nam mee dat verzoeker sinds 2017 zonder jeugdhulp of maatwerkvoorzieningen functioneerde en dat de zorginstelling alleen zorg wil leveren bij een relatief zware indicatie. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van een blijvende zorgbehoefte wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Het CIZ zal een nieuwe beslissing op bezwaar nemen met inachtneming van haar schakelrol binnen het zorgstelsel.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een blijvende behoefte aan 24-uurszorg.