ECLI:NL:CRVB:2019:2741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over beëindiging Ziektewetuitkering wegens whiplashklachten
In deze zaak is appellante in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 27 oktober 2016 te beëindigen na een eerstejaars ZW-beoordeling. De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellante ongegrond verklaard en het UWV-besluit gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het UWV heeft zorgvuldig onderzoek gedaan naar de beperkingen van appellante als gevolg van haar whiplashklachten. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 augustus 2016, waarop de beoordeling is gebaseerd, is geschikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante. Er is geen reden om te twijfelen aan deze lijst of om een onafhankelijke deskundige in te schakelen.
Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe medische informatie ingebracht die aanleiding zou geven tot een ander oordeel. Ook is er geen reden om het onderzoek aan te houden in afwachting van expertiserapporten in een letselschadezaak, omdat alleen de naam van een neuroloog bekend is en niet duidelijk is of diens onderzoek relevant is voor deze procedure.
Ten slotte is er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan en de griffier was verhinderd te ondertekenen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 27 oktober 2016 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.