ECLI:NL:CRVB:2019:2862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd verzocht om diverse documenten te overleggen in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek. Na het niet tijdig aanleveren van deze gegevens werd de bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking, maar niet tegen de opschorting of herziening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en het beroep tegen opschorting en herziening niet-ontvankelijk. In hoger beroep stelde appellant dat hij ziek was en daardoor niet in staat was de gevraagde stukken te overleggen, en dat intrekking alleen bij fraude mogelijk zou zijn. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet met hulp de gegevens kon aanleveren en dat hij geen contact had gezocht voor uitstel. Bovendien is intrekking op grond van artikel 54 lid 4 PW Pro ook mogelijk zonder fraude indien gegevens niet tijdig worden verstrekt.
De Raad verwierp ook het beroep op misbruik van recht en schijn van partijdigheid wegens gebrek aan onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig verstrekken van gegevens wordt bevestigd.