ECLI:NL:CRVB:2019:2883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld bezit onroerend goed
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over de intrekking van bijstand en terugvordering van kosten over de periode van 26 maart 2002 tot en met 20 mei 2003, vanwege het niet melden van eigendom van een appartement in Turkije.
Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar stelde dat appellante bij haar aanvraag op 24 april 2002 niet had gemeld dat zij eigenaar was van het appartement, dat in 2015 was getaxeerd op € 22.199,-. In hoger beroep stond alleen nog ter discussie of appellante aannemelijk had gemaakt dat de waarde van het appartement op het moment van de aanvraag lager was dan waar het college van uitging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante hierin niet slaagde. De overgelegde taxaties betroffen niet de waarde in 2002, en de overige stukken zoals de tapu senedi uit 1999 en de onroerend zaakbelasting uit 2002 hadden onvoldoende bewijskracht. De berekeningen van appellante werden niet gevolgd. Een deskundige benoemen werd niet noodzakelijk geacht. Omdat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden, lag de bewijslast bij haar.
Het hoger beroep werd afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand blijven in stand.