ECLI:NL:CRVB:2019:2899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens reeds voorziene kosten
Appellante, die een pensioenuitkering en aanvullende bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van haar woning. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat de kosten reeds waren voldaan en er geen sprake was van bijzondere omstandigheden of dringende redenen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante geen aanvraag had ingediend voor verhuiskosten en dat de aanvraag duidelijk alleen betrekking had op inrichtingskosten. Tevens werd geoordeeld dat appellante zelf verantwoordelijk is voor het aanleveren van relevante gegevens en dat het college niet verplicht is om een afspraak te maken om misverstanden te verhelderen.
Verder is vastgesteld dat bijzondere bijstand in beginsel niet wordt toegekend voor kosten die al zijn voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond, wat hier niet het geval was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd omdat de kosten reeds waren voldaan en geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.