ECLI:NL:CRVB:2019:2911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn AOW-korting
Appellante, geboren in 1949, ontving een AOW-pensioen met een korting van 56% vanwege 28 niet-verzekerde jaren. Zij verzocht om herziening van dit besluit wegens slechte gezondheid en financiële problemen, wat werd afgewezen. Appellante diende haar bezwaar te laat in, nadat zij verklaarde door ziekte niet eerder bezwaar te kunnen maken.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was vanwege overschrijding van de termijn en het ontbreken van bewijs dat tijdige indiening onmogelijk was. In hoger beroep stelde appellante dat zij wegens ziekenhuisopname en verblijf bij haar zoon in het buitenland niet eerder bezwaar kon maken.
De Raad beoordeelde dat het bezwaarschrift te laat was ontvangen en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij het bezwaar tijdig had verzonden. De medische omstandigheden en verblijf in het buitenland rechtvaardigden geen verschoonbare termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.