ECLI:NL:CRVB:2019:297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, voormalig taxichauffeuse, vroeg een WIA-uitkering aan na gezondheidsklachten door een verkeersongeval. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen noodzaak was voor een urenbeperking. Ook was de geschiktheid voor geselecteerde functies voldoende gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat er meer beperkingen en een urenbeperking moesten worden aangenomen. Zij stelde dat de geselecteerde functies niet geschikt waren gezien haar beperkingen. Het UWV handhaafde het bestreden besluit.
De Raad concludeert dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat en onderschrijft de eerdere oordelen. De verzekeringsartsen hebben de klachten adequaat meegewogen en gemotiveerd waarom geen urenbeperking nodig is. De geschiktheid voor de functies is afdoende onderbouwd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.