ECLI:NL:CRVB:2019:3028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellanten hadden hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij het griffierecht niet binnen de gestelde termijn hadden betaald. Appellanten maakten bezwaar door verzet aan te tekenen, stellende dat een miscommunicatie met hun gemachtigde de oorzaak was van het niet betalen van het griffierecht. De nota van het griffierecht was alleen per e-mail verzonden, waardoor appellanten niet duidelijk was dat betaling vereist was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellanten geen feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die konden rechtvaardigen dat zij niet in verzuim waren. De onduidelijkheid over de betaling kwam voor hun eigen risico. Daarom werd geen nieuwe termijn voor betaling gegeven en werd het verzet ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier L.R. Daman, op 20 september 2019.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.