ECLI:NL:CRVB:2019:3039
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Vervolgens deed appellant verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de behandeling van het verzet verschenen partijen niet op de zitting. Appellant gaf in zijn verzetschrift aan dat hij ernstig ziek was en nog steeds veel medicijnen nodig had.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat ondanks de persoonlijke omstandigheden van appellant, er geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die konden leiden tot de conclusie dat appellant niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Hierdoor bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier L.R. Daman, en uitgesproken in het openbaar op 20 september 2019.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.