ECLI:NL:CRVB:2019:3043
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde in verzet dat hij door dakloosheid niet in staat was het griffierecht tijdig te betalen en geen post kon ontvangen.
De Raad overwoog dat de gemachtigde van appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim was. De nota en rappel griffierecht waren immers aan de gemachtigde verzonden, die verantwoordelijk was voor de betaling. De onbereikbaarheid van appellant kwam voor zijn eigen risico.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma en uitgesproken op 20 september 2019.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht ondanks dakloosheid appellant.