ECLI:NL:CRVB:2019:3044
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard
Appellant had tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland hoger beroep ingesteld, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing.
Tijdens de zitting op 9 augustus 2019 verscheen appellant, terwijl het dagelijks bestuur van Werksaam Westfriesland zich niet liet vertegenwoordigen. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie hem belemmerde om ter zitting te verschijnen en dat het reizen een te zware lichamelijke belasting voor hem was.
De Raad oordeelde dat hoewel de medische situatie een belemmering vormde, dit niet betekent dat appellant niet in verzuim was. Het hogerberoepschrift was ruim na de uiterste termijn van 15 november 2017 ingediend, namelijk op 28 januari 2019. Bovendien had appellant zich door een derde kunnen laten vertegenwoordigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.