Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
ANW-uitkering van verzoekster daarbij is bepaald op 1 januari 2019;
1 maart 2019;
12 september 2019.
Centrale Raad van Beroep
Na het overlijden van haar echtgenoot ontving verzoekster een ANW-uitkering vanwege een minderjarig kind en haar arbeidsongeschiktheid. Op basis van medisch onderzoek door een verzekeringsarts van het UWV werd vastgesteld dat verzoekster niet langer arbeidsongeschikt was. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde daarop de ANW-uitkering per 1 januari 2019.
Verzoekster maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, maar zowel de rechtbank als de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat verzoekster onvoldoende medische onderbouwing leverde om het standpunt te weerleggen. Wel erkende de Svb dat de uitlooptermijn van twee maanden onjuist was toegepast, terwijl volgens de beleidsregel een termijn van vier maanden had moeten gelden.
De voorzieningenrechter vernietigde daarom het bestreden besluit en stelde de beëindiging van de ANW-uitkering vast op 1 maart 2019, waarmee de uitlooptermijn correct werd toegepast. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en de Svb werd verplicht de betaalde griffierechten te vergoeden.
Uitkomst: De ANW-uitkering wordt beëindigd met ingang van 1 maart 2019, waarbij de te korte uitlooptermijn is gecorrigeerd.