ECLI:NL:CRVB:2019:3094

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 september 2019
Publicatiedatum
26 september 2019
Zaaknummer
18/857 WWB-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A. Stehouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 AwbArt. 7:14 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen dwangsom verschuldigd door college ondanks onherroepelijkheid besluiten

In deze zaak stond centraal de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp een dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen op bezwaarschriften. De rechtbank Den Haag had eerder geoordeeld dat het college geen dwangsom hoefde te betalen omdat de onderliggende bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond waren verklaard.

Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het niet uitmaakt of de besluiten op de bezwaarschriften onherroepelijk zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de onherroepelijkheid van besluiten geen voorwaarde is voor de toepassing van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en stelde vast dat het college geen dwangsom verschuldigd is. Het oordeel is gebaseerd op een zorgvuldige interpretatie van de toepasselijke wettelijke bepalingen en de feiten dat de bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond waren. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het college is geen dwangsom verschuldigd omdat onherroepelijkheid van besluiten geen voorwaarde is voor tijdig beslissen.

Uitspraak

18.857 WWB-PV, 18/872 WWB-PV, 18/873 WWB-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 28 december 2017, 14/4734 (aangevallen uitspraak 1), 14/4757 (aangevallen uitspraak 2) en 14/4759 (aangevallen uitspraak 3)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp (college)
Datum uitspraak: 17 september 2019
Zitting heeft: A. Stehouwer, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: V.Y. van Almelo
Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken 1, 2 en 3.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In de betrokken procedures heeft het college vastgesteld dat hij geen dwangsom is verschuldigd en daarbij heeft het college toepassing gegeven aan artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 7:14 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Niet in geschil is dat de onderliggende bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn verklaard. In hoger beroep, zo is ter zitting gebleken, heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het er niet toe doet dat de besluiten op de onderliggende bezwaarschriften wel of niet onherroepelijk zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet, omdat de bedoelde onherroepelijkheid voor de toepassing van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Awb geen voorwaarde is.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) A. Stehouwer

IJ