ECLI:NL:CRVB:2019:3094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Geen dwangsom verschuldigd door college ondanks onherroepelijkheid besluiten
In deze zaak stond centraal de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp een dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen op bezwaarschriften. De rechtbank Den Haag had eerder geoordeeld dat het college geen dwangsom hoefde te betalen omdat de onderliggende bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond waren verklaard.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het niet uitmaakt of de besluiten op de bezwaarschriften onherroepelijk zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de onherroepelijkheid van besluiten geen voorwaarde is voor de toepassing van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en stelde vast dat het college geen dwangsom verschuldigd is. Het oordeel is gebaseerd op een zorgvuldige interpretatie van de toepasselijke wettelijke bepalingen en de feiten dat de bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond waren. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het college is geen dwangsom verschuldigd omdat onherroepelijkheid van besluiten geen voorwaarde is voor tijdig beslissen.