ECLI:NL:CRVB:2019:3156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal wegens niet levensvatbaar bedrijf volgens Bbz 2004
Appellant exploiteert sinds 2007 een bedrijf dat betonproducten ontwikkelt, maar heeft nog geen omzet gerealiseerd. Hij vroeg in december 2015 bedrijfskapitaal aan op grond van het Bbz 2004. Het college wees de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar is, gebaseerd op een deskundigenadvies van Friedeberg Consultancy B.V. (FCBV).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het advies onzorgvuldig was en dat er wel degelijk uitzicht was op opdrachten en omzet. De Raad oordeelde echter dat voor de beoordeling van levensvatbaarheid de situatie ten tijde van het besluit bepalend is en dat het advies van FCBV zorgvuldig, feitelijk juist en goed gemotiveerd is.
FCBV concludeerde dat het bedrijf nog geen omzet heeft, de gevraagde financiering hoger is dan toegestaan, en dat er geen concreet zicht is op opdrachten of een opdrachtenportefeuille. De Raad vond de eigen verwachtingen van appellant onvoldoende om de afwijzing te vernietigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bedrijfskapitaal wordt afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is op het moment van de aanvraag.