ECLI:NL:CRVB:2019:3191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor collectieve zorgverzekering wegens inkomenseis
Appellante ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering en vroeg bijzondere bijstand aan voor deelname aan de Collectieve Zorgverzekering 2016. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat haar inkomen hoger was dan 120% van de bijstandsnorm. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het college een redelijke beleidsnorm hanteert en dat appellante geen voldoende feiten had aangevoerd om hiervan af te wijken.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stelling dat haar kosten zo hoog zijn dat zij geen draagkracht heeft ondanks het hogere inkomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld en dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die dit oordeel onjuist maken.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut op 8 oktober 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.