ECLI:NL:CRVB:2019:3255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voorschot bijstand zelfstandige
Verzoekster, een zelfstandige met een master Rechtsgeleerdheid, diende een aanvraag in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Verzoekster ging in hoger beroep en verzocht om een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot voor levensonderhoud en bedrijfsvoering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening een actueel spoedeisend belang vereist. Ondanks de financiële situatie van verzoekster, waaronder een banksaldo van €1.074,63 en een schuld bij haar ouders, was niet gebleken dat zij geen middelen meer had of dat er sprake was van een acute financiële noodsituatie zoals dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie.
Daarom ontbrak het aan het vereiste spoedeisend belang en werd het verzoek afgewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.T.H. Zimmerman op 15 oktober 2019.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een voorschot op bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van een actueel spoedeisend belang.