ECLI:NL:CRVB:2019:3309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en opschorting bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd uitgenodigd voor gesprekken en het aanleveren van documenten in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek. Hij verscheen niet op de gesprekken en leverde de gevraagde stukken niet aan. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in met ingang van de datum van opschorting.
Appellant voerde aan dat hem geen verwijt kon worden gemaakt omdat hij vanwege een werktraject zijn post niet altijd bekeek en het college hem niet op een andere wijze had benaderd. De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was anders te handelen dan schriftelijke uitnodigingen in de brievenbus deponeren en dat appellant verantwoordelijk is voor het bekijken van zijn post.
Het college gaf appellant een waarschuwing in plaats van een boete omdat er geen benadelingsbedrag was. De Raad bevestigde dat het college in redelijkheid heeft gehandeld en dat het hoger beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opschorting en intrekking van de bijstand en de gegeven waarschuwing.