ECLI:NL:CRVB:2019:3311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WIA-uitkering: beoordeling passendheid functies werknemer
Werknemer was administratief medewerker en viel uit wegens een ernstige huidziekte. Het UWV kende hem aanvankelijk een WIA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid, later herzien tot 35-80% na bezwaar en beroep. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende gemotiveerde geschiktheid van bepaalde functies, met name operator assemblage en verkoopmedewerker.
In hoger beroep beperkte de Centrale Raad van Beroep zich tot de vraag of de functies operator assemblage, verkoopmedewerker en medewerker klantenservice CB passend zijn voor werknemer. De medische beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) staan vast en zijn niet meer ter discussie.
De Raad oordeelt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de functies verkoopmedewerker en medewerker klantenservice CB passend zijn, mede door aanvullende informatie over werkbelasting en werkvoorzieningen. De geschiktheid van operator assemblage blijft onbesproken, omdat er reeds drie passende functies zijn vastgesteld.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond en de beroepen van betrokkene en werknemer ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de beroepen van betrokkene en werknemer worden ongegrond verklaard.