ECLI:NL:CRVB:2019:3409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering door UWV
Appellant was commercieel technisch adviseur en meldde zich ziek met burn-out en whiplashklachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant 39,93% arbeidsongeschikt was en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid juist was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat een nieuw rapport van de Hersenfabriek de situatie anders weergaf. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, omdat het nieuwe rapport pas anderhalf jaar na de datum in geding was opgesteld en geen nieuwe medische gegevens werden ingebracht die het eerdere standpunt ondermijnden.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat de aangenomen belastbaarheid niet onjuist was. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant 39,93% arbeidsongeschikt is.