ECLI:NL:CRVB:2019:3457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij onkostenvergoeding
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch om een onkostenvergoeding, welke bij besluit van 23 juni 2017 werd afgewezen. Vervolgens verklaarde het college bij besluit van 22 december 2017 het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een dwangsom af.
Appellante diende een beroepschrift in dat niet binnen de wettelijke termijn was ingediend, waardoor de rechtbank Oost-Brabant het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. In hoger beroep voerde appellante omstandigheden aan zoals stress en ziekte die haar verhinderd zouden hebben tijdig te handelen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De termijn begon te lopen op het moment van verzending van het besluit aan de gemachtigde, ongeacht wanneer appellante daarvan op de hoogte was. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.