ECLI:NL:CRVB:2019:3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met migraineaanvallen
Appellant, werkzaam als medewerker, viel in 2011 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het Uwv kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,65%. Na een verzoek tot herbeoordeling werd dit percentage in 2015 verhoogd naar 55,38%, maar zonder gevolgen voor de uitkering. Appellant maakte bezwaar en het Uwv stelde het percentage in 2016 bij naar 40,27% met een hogere resterende verdiencapaciteit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de verzekeringsartsen zorgvuldig hadden gehandeld en dat appellant de geselecteerde functies kon verrichten. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn migraineaanvallen van twee tot vier keer per week, elk 30 tot 50 uur durend, hem arbeidsongeschikt maken. Hij overlegde een rapport van een onafhankelijke neuroloog die deze beperkingen bevestigde.
De Raad volgde de neuroloog en concludeerde dat het ziekteverzuim zo hoog is dat van een werkgever niet in redelijkheid kan worden verlangd appellant in dienst te nemen. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd en het Uwv werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en medische rapportkosten.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuwe beslissing nemen rekening houdend met het hoge ziekteverzuim door migraine.