ECLI:NL:CRVB:2019:3531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in AOW-zaak
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin werd vastgesteld dat zij geen recht had op een AOW-pensioen. Na afwijzing van het bezwaar heeft appellante beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, maar dit beroep werd door de rechtbank Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij het besluit pas later onder ogen kreeg en dat zij extra tijd nodig had om informatie uit Servië te verzamelen ter onderbouwing van haar beroepschrift. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beroepstermijn rechtsgeldig is gestart op de datum van de correcte bekendmaking van het besluit, ongeacht wanneer appellante het besluit daadwerkelijk ontving.
Verder is vastgesteld dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het verzuim niet aan haar toe te rekenen is. Het verzoek om het beroep alsnog ontvankelijk te verklaren wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt bevestigd als niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.