ECLI:NL:CRVB:2019:3564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid per 24 mei 2017
Appellante, die sinds 2006 ziekgemeld is wegens psychische klachten, ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 100%. In 2016 besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellante maakte bezwaar en beroep, waarbij een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd opgesteld met aanvullende beperkingen, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat. Appellante bracht in hoger beroep nieuwe rapporten in van een psychiater die stelde dat haar beperkingen waren onderschat, maar deze werden door het UWV weerlegd vanwege gebrek aan concrete motivering en tijdsverschil in de beoordeling.
De Raad volgt het standpunt van het UWV dat de gewijzigde FML ook geldt per 24 mei 2017, waardoor de uitkering vanaf die datum beëindigd moet worden. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit worden vernietigd. De Raad bepaalt zelf dat de uitkering per 24 mei 2017 wordt beëindigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante wordt per 24 mei 2017 beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.