ECLI:NL:CRVB:2019:3615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen naar gehuwdennorm wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving vanaf mei 2014 een AOW-pensioen naar de alleenstaande norm. Na zijn huwelijk in juni 2015 met een echtgenote die in Thailand woonde, heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen herzien naar de gehuwdennorm. Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat hij duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote, omdat zij in Thailand woonde en werkte en niet naar Nederland kon komen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat beide echtgenoten een eigen leven leiden alsof zij ongehuwd zijn, en dat deze toestand bestendig moet zijn bedoeld. Uit het dossier bleek dat appellant en zijn echtgenote intensief contact onderhielden, maandelijks financiële bijdragen leverden en niet ondubbelzinnig duurzaam gescheiden leefden.
De Raad concludeerde dat het enkele feit dat zij niet de intentie hadden om samen te wonen niet volstaat om duurzaam gescheiden leven aan te nemen. Ook het feit dat zij sinds november 2018 samenwoonden en een AIO-uitkering werd toegekend, bevestigt dit. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de herziening van het pensioen naar de gehuwdennorm blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm blijft gehandhaafd.