ECLI:NL:CRVB:2019:3643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep sociaal zekerheidsrecht ongegrond verklaard
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een sociaal zekerheidsrechtelijke zaak. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend en er geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was.
Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 4 oktober 2019 waren partijen niet aanwezig. In het verzet werden alleen inhoudelijke gronden aangevoerd en een toelichting gegeven op een verzoek aan het college om nadere stukken op te vragen, maar er werden geen feiten of omstandigheden aangedragen die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De Raad oordeelt dat het verzet daarom ongegrond is en verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier J. Smolders.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.