ECLI:NL:CRVB:2019:3650
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in WAJONG-zaken
Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere beslissing waarbij zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en overwogen dat de termijn voor betaling van het griffierecht, zoals genoemd in artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een fatale termijn is. Hoewel appellant aanvoerde dat er verwarring bestond door verschillende termijnen in de wetgeving, waaronder een ruimere termijn voor bijzondere bijstand, acht de Raad dit geen reden om het verzuim te rechtvaardigen.
Appellant had zich volgens de Raad tot een derde kunnen wenden om zich te informeren over de mogelijkheden om het griffierecht alsnog te betalen. Omdat hij dit niet heeft gedaan en geen andere feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim kunnen opheffen, wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 november 2019.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht binnen de fatale termijn.