ECLI:NL:CRVB:2019:369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor reiskosten gemaakt in verband met het bijwonen van een zitting. Het college wees deze aanvraag af omdat niet was gebleken dat er sprake was van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij sinds augustus 2011 geen inkomsten had en daarom niet had kunnen reserveren voor de kosten. De Raad oordeelde echter dat dit voortvloeit uit haar eigen keuze om geen nieuwe bijstandsaanvraag in te dienen, waardoor zij zichzelf in een situatie bracht waarin de kosten niet uit bijstand konden worden bestreden.
De Raad concludeerde dat de reiskosten zich wel voordoen en noodzakelijk zijn, maar dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die deze kosten noodzakelijk maken in de zin van de Participatiewet. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor reiskosten wordt bevestigd.