ECLI:NL:CRVB:2019:3745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand en een woonkostentoeslag tot februari 2014. Na een heronderzoek ontdekte het college onverklaarde stortingen op hun bankrekening. Een sociaal rechercheonderzoek leidde tot de intrekking van de bijstand vanaf februari 2014 en terugvordering van ruim €37.000 wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellanten stelden in hoger beroep dat zij geen leningen hadden afgesloten in de eerste periode en later contant geld van familie hadden geleend, maar konden dit niet met verifieerbare stukken onderbouwen. Het financiële overzicht was onvoldoende onderbouwd en de verklaringen van ouders boden geen bewijs van daadwerkelijke geldoverdracht.
De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt hoe zij in hun levensonderhoud voorzagen en dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen faalde omdat de omstandigheden niet uitzonderlijk waren.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie.