ECLI:NL:CRVB:2019:3782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek en juiste rapporten verzekeringsartsen
Appellante was werkzaam als cateringmedewerkster en meldde zich in april 2012 ziek. Na beëindiging van haar dienstverband en een WIA-beoordeling werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor administratieve functies. In maart 2017 verklaarde het UWV haar ziekengeld te beëindigen, wat zij betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de verzekeringsartsen rekening hielden met haar fibromyalgie en andere klachten. Appellante leverde geen nieuwe medische informatie die tot twijfel aan deze bevindingen leidde.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Raad onderschreef de eerdere beoordeling dat zij geschikt is voor ten minste één van de functies die bij de WIA-beoordeling waren vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.