Uitspraak
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht, maar de Raad wees dit af omdat appellant niet kon aantonen dat zijn netto-inkomen lager was dan 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Ondanks betaling van het griffierecht deed de Raad inhoudelijk uitspraak.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan tegen de aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg, waaronder het ontbreken van stempels en handtekeningen, het niet ontvangen van een proces-verbaal, onbevoegdheid van besluiten en het niet horen door de bezwarencommissie. Deze gronden werden verworpen met verwijzing naar een andere uitspraak (nummer 18/5418 PW-PV e.v.).
Ten aanzien van de bijzondere bijstand voor kleding stelde het college dat kledingkosten incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten zijn die uit het inkomen moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden of een medische indicatie aanwezig zijn. Deze bijzondere omstandigheden ontbraken en de beleidsregel waar appellant naar verwees gold niet voor Roermond. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af omdat appellant geen schade aannemelijk had gemaakt.
Uitkomst: Verzoek om vrijstelling griffierecht en bijzondere bijstand voor kleding werd afgewezen; uitspraak rechtbank bevestigd.