ECLI:NL:CRVB:2019:3869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde hennepkwekerij en onduidelijke verblijfplaats
Appellante ontving bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht. Na een melding van de politie over een hennepkwekerij met 128 planten in haar woning, stelde de gemeente een onderzoek in. Appellante verscheen niet op uitnodigingen voor gesprekken. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van de hennepkwekerij en onduidelijkheid over haar verblijfplaats.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden waar zij verbleef na sluiting van haar woning en door het niet melden van de hennepkwekerij.
Appellante stelde dat zij geen inkomsten uit de kwekerij had en slechts haar woning ter beschikking had gesteld, maar de Raad vond dat zij aannemelijk moest maken dat zij niet zelf exploiteerde, wat niet was gebeurd. Het ontbreken van een administratie maakte schattenderwijs vaststellen van inkomsten onmogelijk. De beroepen werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting omtrent de hennepkwekerij en verblijfplaats.