ECLI:NL:CRVB:2019:3889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig indienen beroepsgronden in WIA-uitkering
Appellant heeft bij het UWV een verzoek ingediend om terug te komen op een eerder toegekende loongerelateerde WGA-uitkering, dat werd afgewezen. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de rechtbank, maar het beroepschrift bevatte geen gronden. De rechtbank gaf appellant een termijn om deze alsnog in te dienen, maar appellant maakte hier geen gebruik van. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, mede omdat een zitting was gepland en de beroepsgronden gelijk zouden zijn aan de bezwaargronden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontbreken van de beroepsgronden een schending van artikel 6:5 Awb Pro is en dat het niet tijdig herstellen binnen de gestelde termijn rechtvaardigt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door A.T. de Kwaasteniet op 4 december 2019.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.