Appellant was werkzaam als zorgconsulent en had daarnaast een parttime dienstverband bij PostNL. Na ziekmelding met rug-, nek- en vermoeidheidsklachten stelde het UWV vast dat appellant per 25 mei 2015 geen recht meer had op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep en hoger beroep tegen dit besluit, stellende dat zijn fysieke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de medische onderzoeken door de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en volledig waren uitgevoerd, waarbij alle beschikbare informatie was betrokken. De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de belastbaarheid van appellant juist is ingeschat, ook rekening houdend met psychische klachten en beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren.
De Raad overwoog dat de functie van zorgconsulent als maatstaf geldt voor de beoordeling van arbeidsgeschiktheid en dat de werkomschrijving van deze functie overeenkomt met de praktijk van appellant. De medische stukken die appellant in hoger beroep aanvoerde, tonen geen onjuist medisch beeld op de datum in geschil, maar wel een latere verslechtering waarvoor geen rekening kan worden gehouden.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is het bestreden besluit bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.