ECLI:NL:CRVB:2019:3957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoeken Wubo en AOR wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere keren verzocht om toekenningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) en de Algemene oorlogsongevallen regeling (AOR). Deze verzoeken zijn vanaf 1999 herhaaldelijk afgewezen omdat appellant, geboren in 1947, niet direct betrokken kon zijn bij de gebeurtenissen in Soerabaja in 1945.
Na eerdere afwijzingen en een ongegrond verklaard beroep in 2016, heeft appellant in 2018 opnieuw verzocht om herziening van de besluiten. De Pensioen- en Uitkeringsraad heeft deze verzoeken afgewezen en gehandhaafd omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De Raad toetst deze discretionaire besluiten terughoudend en stelt vast dat appellant vooral eerdere argumenten herhaalt, waaronder een verklaring van zijn zuster die de beschietingen situeert vóór zijn geboorte. Documentatie toont aan dat Soerabaja voor en na de geboorte van appellant geen strijdtoneel meer was.
De Centrale Raad van Beroep verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de eerdere afwijzingen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.