ECLI:NL:CRVB:2019:3973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage vanaf datum vestiging in België in zorgverzekering
Appellante, woonachtig in België, ontving in 2016 een pensioen en werd door CAK vanaf 15 februari 2016 als verdragsgerechtigde aangemerkt op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004. Deze datum is bevestigd door de gemeente en het bevoegde orgaan in België via het E-121 formulier. CAK berekende de buitenlandbijdrage zorgverzekering over 2016 vanaf deze datum.
Appellante maakte bezwaar tegen de berekening van de buitenlandbijdrage, stellende dat de datum van vestiging in België onjuist was vastgesteld. Zij vroeg de Raad om de daadwerkelijke datum van vestiging vast te stellen. Tevens bracht zij naar voren dat een zorgverzekeringsbijdrage door Achmea niet was meegenomen in de voorlopige jaarafrekening.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat CAK de buitenlandbijdrage correct had berekend vanaf 15 februari 2016, de datum die door de gemeente en het E-121 formulier was vastgesteld. De door appellante genoemde emigratiedatum van 1 januari 2016, vermeld door haar echtgenoot, was onvoldoende om van deze datum uit te gaan. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage zorgverzekering over 2016 is terecht berekend vanaf 15 februari 2016.