ECLI:NL:CRVB:2019:398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing bijstand oudere zelfstandige
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor bijstand voor levensonderhoud en een bedrijfskrediet op grond van het Bbz 2004, welke door het college is afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van verzoeker eveneens ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker als oudere zelfstandige voldoet aan de vereisten van het Bbz 2004, met name of hij uit zijn bedrijf een bruto inkomen zal behalen van gemiddeld minstens € 7.697 per boekjaar. Verzoeker heeft een reactie ingediend, aangeduid als 'contra-expertise', die als aangepast bedrijfsplan aan een extern adviesbureau ([B.V.]) moet worden voorgelegd.
Het college heeft toegezegd dit aangepaste bedrijfsplan binnen twee weken aan het adviesbureau voor te leggen en de Raad te informeren over de termijn van het advies. Het standpunt van het college zal worden betrokken bij de bodemprocedure. Verzoeker heeft tevens om voorschotten op grond van de Participatiewet gevraagd, maar het college heeft toegelicht dat voorschotten alleen bij een lopende aanvraag kunnen worden verstrekt.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat verzoeker het doel van zijn verzoek heeft bereikt door de toezegging van het college. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; het college zal het aangepaste bedrijfsplan aan een extern adviesbureau voorleggen.