ECLI:NL:CRVB:2019:401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand ondanks structureel inkomen onder bijstandsniveau
Appellant verzocht bij het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen om bijzondere bijstand voor diverse kosten, waaronder bewegingstherapie, ledikant, medicijnen en service aan een sta-op-stoel. Deze verzoeken werden door het college afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn structureel lage inkomen recht gaf op bijzondere bijstand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het inkomen alleen niet bepalend is voor het recht op bijzondere bijstand. Er moet worden beoordeeld of de kosten zich voordoen, noodzakelijk zijn, voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm of andere middelen.
De Raad vond dat het college de afwijzing niet baseerde op het inkomen, maar op de beoordeling van de kosten en beschikbare middelen. Appellant bracht geen nieuwe gronden aan om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd.