ECLI:NL:CRVB:2019:4079

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
17 december 2019
Zaaknummer
19/107 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak afgewezen

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend. Appellante stelde daarop verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

Bij de behandeling van het verzet stelde de Raad ambtshalve de ontvankelijkheid van het verzet vast. Het verzetschrift was echter te laat ingediend; de uiterste datum was 22 augustus 2019, terwijl het verzetschrift pas op 27 augustus 2019 was gepost en op 4 september 2019 bij de Raad was ontvangen.

Appellante voerde aan dat zij de uitspraak van 11 juli 2019 pas op 26 augustus 2019 had ontvangen, en overhandigde een document met een Marokkaans poststempel van 23 juli 2019 en een handgeschreven aantekening "reçu 26/08/2019". De Raad oordeelde dat deze handgeschreven aantekening geen bewijs vormt dat appellante de uitspraak te laat heeft ontvangen en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die aantonen dat appellante niet in verzuim was.

Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman, op 17 december 2019.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzetschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 december 2019
19/107 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2018, 17/4227 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 11 juli 2019 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 november 2019. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 11 juli 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 22 augustus 2019. Het door appellante ingediende verzetschrift is blijkens de poststempel op 27 augustus 2019 ter post bezorgd en op 4 september 2019 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
Appellante heeft in verzet te kennen gegeven dat zij de uitspraak van de Raad van
11 juli 2019 pas op 26 augustus 2019 heeft ontvangen. Appellante heeft een kopie overgelegd van een document met daarop een Marokkaans poststempel met als datum 23 juli 2019. Op het document is de handgeschreven aantekening geplaatst “reçu 26/08/2019”.
De Raad is van oordeel dat de handgeschreven aantekening betreffende de datum van ontvangst van de uitspraak van 11 juli 2019 niet kan gelden als bewijs dat appellante de uitspraak te laat heeft ontvangen. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest, moet het verzet niet ontvankelijk-worden verklaard.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) R.H. Koopman

OS