ECLI:NL:CRVB:2019:4080

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
17 december 2019
Zaaknummer
19/1314 AOW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant stelde daarop verzet in tegen deze beslissing.

Tijdens de zitting van 26 november 2019, waar partijen niet verschenen, heeft de Raad het verzet behandeld. Uit de overwegingen blijkt dat het hogerberoepschrift pas op 14 maart 2019 was gedateerd en op 22 maart 2019 bij de Raad ontvangen, terwijl de uiterste datum voor indiening 6 maart 2019 was. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen.

De Raad concludeert dat appellant in verzuim is geweest en dat het verzet ongegrond is. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 17 december 2019 in het openbaar gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 december 2019
19/1314 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2019, 18/3069 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Frankrijk (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 20 juni 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 november 2019. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 20 juni 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 6 maart 2019. Het door appellant ingediende hogerberoepschrift is gedateerd op 14 maart 2019, is blijkens de poststempel op 18 maart 2019 ter post bezorgd en op 22 maart 2019 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die kunnen leiden tot de gevolgtrekking dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) R.H. Koopman

OS

DECISION

Le Centrale Raad van Beroep (conseil central d’appel) déclare l’opposition non fondée;
Ce verdict a été fait par C.H. Bangma en présence de R.H. Koopman en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public le 17 décembre 2019.