ECLI:NL:CRVB:2019:4101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor elektrisch bed wegens voorliggende voorziening Zorgverzekeringswet
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en vroegen bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een elektrisch verstelbaar bed vanwege medische noodzaak. Het college wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een voorliggende voorziening is die toereikend en passend is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Zvw, ondanks het niet vergoeden van het bed, als voorliggende voorziening geldt.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de zorgverzekeraar het bed niet vergoedt en dat er sprake is van dringende medische redenen die bijzondere bijstand rechtvaardigen. De Raad overwoog dat deze gronden reeds gemotiveerd door de rechtbank waren beoordeeld en geen nieuwe inzichten boden. Tevens wees de Raad op bepalingen in het Besluit Zorgverzekering en de Regeling Zorgverzekering die expliciet bepalen dat vergoeding van een bed in speciale uitvoering alleen plaatsvindt bij samenhang met verzorging en verpleging of behoud van zelfredzaamheid.
De Raad concludeerde dat de Zvw als voorliggende voorziening toereikend is en dat artikel 15 van Pro de Participatiewet toekenning van bijzondere bijstand in deze kosten belemmert. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor het elektrisch bed wordt bevestigd.