ECLI:NL:CRVB:2019:4107

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
17 december 2019
Zaaknummer
19/2963 PW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens tijdige indiening hogerberoepschrift ondanks faxstoring

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit werd door de Raad van 8 oktober 2019 niet-ontvankelijk verklaard wegens vermeende te late indiening van het hogerberoepschrift.

Namens appellante werd verzet gedaan door mr. R. el Bellaj. In het verzet bleek dat appellante niet in verzuim was en dat het hogerberoepschrift tijdig was ingediend, maar door een faxstoring niet tijdig was ontvangen.

De Raad verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van het verzet tot een bedrag van €256,- voor verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 december 2019
19/2963 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 mei 2019, 18/2289 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 8 oktober 2019 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. R. el Bellaj, advocaat, verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 8 oktober 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest en dat het hogerberoepschrift tijdig door mr. el Bellaj is ingediend. In verzet is naar voren gekomen dat in de periode van verzending van het hogerberoepschrift per fax sprake was van een storing.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 8 oktober 2019 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 256,- voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 256,-.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) K.R. van Renswoude

OS