ECLI:NL:CRVB:2019:4120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij omzetting AOW-pensioen na huwelijk
Appellant ontving vanaf november 2012 een AOW-pensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Na zijn huwelijk op 16 juni 2016 heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen per 1 juli 2016 gewijzigd naar een gehuwdenpensioen. Appellant betwistte deze omzetting omdat hij en zijn echtgenote niet samenwoonden en geen gezamenlijke kosten deelden.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het feit dat appellant en zijn echtgenote niet in dezelfde woning wonen niet automatisch betekent dat zij duurzaam gescheiden leven. De echtelijke samenleving kan bestaan zonder samenwonen, en motieven voor het niet samenwonen zijn niet relevant voor de beoordeling van duurzaam gescheiden leven.
Appellant voerde tevens aan dat de toepassing van de wettelijke regeling onbillijk was, maar de Raad stelde dat de rechter niet bevoegd is om de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. Het hoger beroep werd afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het AOW-pensioen is terecht omgezet naar gehuwdenpensioen.