ECLI:NL:CRVB:2019:421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand woninginrichting in de vorm van lening
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een eenpersoonsbed en matras. Het college van burgemeester en wethouders van Soest kende bijzondere bijstand toe tot €220,-, waarvan €110,- om niet en €110,- als lening, conform het beleid in artikel 4.7 van de Uitvoeringsregels bijzondere bijstand Participatiewet 2015.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde aan dat haar individuele omstandigheden, waaronder een gedwongen woningontruiming in 2012 en daaropvolgende verhuizingen, een afwijking van het beleid rechtvaardigen zodat de bijstand volledig om niet zou moeten worden verleend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende aanleiding geven om van het beleid af te wijken. Appellante heeft immers meerdere gemeubileerde woonruimtes betrokken na de ontruiming, waardoor het college geen reden had om het beleid te wijzigen.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot gedeeltelijke lening bijzondere bijstand bevestigd.