ECLI:NL:CRVB:2019:4253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor antiallergische vloerbedekking wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een antiallergische vloerbedekking vanwege allergische klachten. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat de kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en er geen bijzondere omstandigheid is. De GGD-arts adviseerde afwijzing, stellende dat de klachten verholpen kunnen worden door andere maatregelen zoals extra wassen en schoonmaken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat het GGD-advies onvoldoende onderbouwd was. De Raad stelde vast dat het college het besluit zorgvuldig had voorbereid, met een medisch advies van de GGD na een spreekuurcontact en een aanvullend telefonisch overleg met de GGD-arts.
De Raad oordeelde dat het college inzichtelijk had gemaakt hoe het besluit tot stand was gekomen en dat appellante niet had onderbouwd welke gegevens ontbraken. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor antiallergische vloerbedekking wordt bevestigd wegens het ontbreken van medische noodzaak.