ECLI:NL:CRVB:2019:431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële onderbouwing
In deze zaak ging het om het hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor bijstand over de periode van 23 november 2016 tot en met 23 februari 2017. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had de aanvraag afgewezen omdat appellant niet voldoende inzicht had gegeven in de wijze waarop hij in zijn levensonderhoud voorzag.
Appellant verklaarde te hebben geleefd van contante bedragen die hij geleend had van familie en vrienden, en van de verkoop van spullen via Marktplaats en een rommelmarkt. Echter, hij kon geen objectieve of verifieerbare gegevens overleggen die de omvang en herkomst van deze contante bedragen konden bevestigen. De verklaring van zijn moeder over maandelijkse ondersteuning was onvoldoende concreet en niet onderbouwd met verifieerbare data.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hierdoor niet vastgesteld kon worden dat appellant recht had op bijstand. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie.