ECLI:NL:CRVB:2019:4315

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
23 december 2019
Zaaknummer
19/1373 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbParticipatiewet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buiten behandelingstelling bijstandsaanvraag wegens ontbreken financiële gegevens

Appellant is op 7 november 2017 vanuit Sint Maarten naar Nederland gekomen en heeft op 22 november 2017 bij het college van burgemeester en wethouders van Venray een aanvraag bijstand ingediend op grond van de Participatiewet. Het college verzocht appellant om vóór 31 januari 2018 alle relevante financiële gegevens over zijn situatie op Sint Maarten te overleggen, waaronder bankafschriften van 22 augustus tot 14 december 2017.

Appellant heeft deze gegevens niet verstrekt. Het college stelde de aanvraag daarom bij besluit van 6 februari 2018 buiten behandeling, een besluit dat na bezwaar op 6 juni 2018 werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.

De kern van het geschil was of appellant binnen de hersteltermijn redelijkerwijs de beschikking kon krijgen over de gevraagde gegevens. Appellant stelde dat hij door de orkaan Irma al zijn eigendommen was kwijtgeraakt en geen bankrekening had, waardoor het onmogelijk was de gevraagde documenten te verkrijgen. De Raad oordeelt echter dat appellant geen bewijs heeft geleverd van pogingen om de gegevens te verkrijgen en dat hij de hersteltermijn ongebruikt heeft laten verlopen zonder om verlenging te vragen.

Verder weegt de Raad mee dat de omstandigheden waaronder appellant naar Nederland kwam, namelijk als vluchteling voor natuurgeweld, geen grond vormen om het college te beletten de aanvraag buiten behandeling te stellen. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitkomst: De buiten behandelingstelling van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde financiële gegevens kon overleggen.

Uitspraak

19.1373 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Datum uitspraak: 17 december 2019
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 12 februari 2019, 18/1654 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Venray (college)
Datum uitspraak: 17 december 2019
Zitting heeft: W.F. Claessens
Griffier: H. Spaargaren.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 17 december 2019. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. K.E.J. Dohmen, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Appellant is op 7 november 2017 van Sint Maarten naar Nederland gekomen. Hij heeft zich, na een kort verblijf in [plaatsnaam], op 22 november 2017 bij het college gemeld om bijstand aan te vragen ingevolge de Participatiewet (PW). Op 14 december 2017 heeft appellant de aanvraag ingediend.
Bij brief van 16 januari 2018 heeft het college appellant verzocht om vóór 31 januari 2018 alle gegevens over zijn financiële situatie op Sint Maarten te verstrekken. Het college heeft er hierbij op gewezen dat appellant bewijsstukken, zoals bankafschriften, over de periode van 22 augustus 2017 tot 14 december 2017 dient in te leveren. Ook heeft het college erop gewezen dat als appellant de gevraagde gegevens niet op tijd inlevert, de aanvraag op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet verder in behandeling kan worden genomen. Appellant heeft de gevraagde gegevens niet verstrekt. Om die reden heeft het college bij besluit van 6 februari 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 juni 2018 (bestreden besluit), de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Vaststaat dat de gevraagde gegevens nodig waren voor een goede beoordeling van de aanvraag. Verder staat vast dat appellant de gevraagde gegevens niet vóór het einde van de hersteltermijn heeft verstrekt. Uitsluitend ligt ter beoordeling voor of appellant binnen de hem gegeven hersteltermijn redelijkerwijs de beschikking over de gevraagde gegevens heeft kunnen krijgen.
Wat appellant aanvoert, komt erop neer dat het voor hem om de volgende redenen niet mogelijk was om binnen die termijn aan de gevraagde gegevens te komen. Appellant is al zijn eigendommen kwijtgeraakt door de orkaan Irma die Sint Maarten in september 2017 heeft getroffen. Hij beschikte op het eiland niet over een bankrekening, maar werd door zijn werkgevers uitbetaald met cheques die hij bij de bank omwisselde voor contant geld.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellant heeft nog geen begin van bewijs geleverd voor zijn stelling dat hij niet binnen de hersteltermijn over de gevraagde financiële gegevens uit Sint Maarten kon beschikken. Uit de beschikbare gegevens blijkt in ieder geval niet dat appellant binnen die termijn enige poging heeft ondernomen om aan gegevens te komen. Appellant heeft de hersteltermijn ongebruikt laten verstrijken en heeft binnen die termijn ook niet gevraagd om verlenging van de termijn.
Gelet hierop was het college op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bevoegd om de aanvraag van appellant buiten behandeling te stellen.
Wat appellant verder heeft aangevoerd komt er op neer dat, zoals ter zitting toegelicht, gelet op de omstandigheden waaronder appellant naar Nederland is gekomen - hij is als het ware gevlucht voor natuurgeweld - het college de bijstandsaanvraag van 14 december 2017 niet buiten behandeling had mogen stellen.
Deze beroepsgrond slaagt ook niet. De enkele verwijzing naar de omstandigheden waaronder appellant naar Nederland is gekomen, levert geen grond op voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot buiten behandelingstelling gebruik heeft kunnen maken.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd. Dit betekent dat de buiten behandelingstelling in stand blijft.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) H. Spaargaren