ECLI:NL:CRVB:2019:4360

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 december 2019
Publicatiedatum
13 december 2020
Zaaknummer
19/4429 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 8:26 AwbArt. 13 Verordening (EG) nr. 883/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken om herziening in AOW-zaak betreffende verzekeringspositie binnenvaartmedewerkers

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 6 december 2019 uitspraak gedaan over veertien verzoeken om herziening van een eerdere uitspraak van 28 februari 2019. Deze eerdere uitspraak betrof de verzekeringspositie van betrokkenen die in 2013 en 2014 als opvarenden op een binnenvaartschip van een werkgever stonden ingeschreven. De verzoeken om herziening werden ingediend door de werkgever en zes betrokkenen.

De Raad oordeelde dat betrokkene 6 niet-ontvankelijk was omdat deze geen partij was in de eerdere procedure. De overige verzoeken werden afgewezen omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten zoals vereist onder artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevoerde argumenten betroffen voornamelijk interpretatievragen over de toepassing van Europese regelgeving, die volgens de Raad niet tot herziening konden leiden.

De Raad stelde dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor het heropenen van discussies of het aanvoeren van juridische interpretatieverschillen, maar slechts voor het herstellen van onherroepelijke uitspraken op basis van nieuwe feitelijke gegevens. Het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie werd eveneens afgewezen als niet noodzakelijk.

De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en de toepassing van de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op de betrokkenen.

Uitkomst: Verzoeken om herziening worden afgewezen en één verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

19/4429 e.v. - PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de veertien in de bijlage aangeduide verzoeken om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 februari 2019,
18/1954 AOW-G e.v.
Partijen:
[werkgever] Ltd. te Cyprus ( [werkgever] ) en zes in de bijlage bij deze uitspraak vermelde natuurlijke personen (betrokkenen)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 6 december 2019
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: C.M. van de Ven
[werkgever] en betrokkenen zijn ter zitting verschenen bij hun gemachtigde mr. J.H. Weermeijer. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P. van den Berg.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening in zaak nr. 6 niet-ontvankelijk. De Raad wijst de overige verzoeken om herziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar.
Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1.1. Bij uitspraak van 28 februari 2019, 18/1954 AOW-G e.v. (ECLI:NL:CRVB:2019:2797), heeft de Raad de in de bijlage bij die uitspraak aangeduide beroepen zes tot en met dertien van [werkgever] ongegrond verklaard. Deze beroepen waren gericht tegen in maart 2018 door de Svb genomen besluiten waarbij is vastgesteld dat op betrokkenen de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is vanaf het moment dat zij op de loonlijst stonden van [werkgever] . Betrokkenen werkten in 2013 en 2014 als opvarenden van het binnenvaartschip [naam schip] en stonden toen, in van geval tot geval verschillende periodes, op de loonlijst van [werkgever] .
1.2. Namens [werkgever] en betrokkenen is de Raad bij op 5 augustus 2019 ontvangen faxbericht gevraagd om de onder 1.1 vermelde besluiten van de Svb van maart 2018 te herzien. Zoals ter zitting is komen vast te staan, moet dit op 5 augustus 2019 ontvangen verzoek worden aangemerkt als een veertiental verzoeken om de uitspraak van
28 februari 2019, 18/1954 AOW-G e.v., te herzien, voor zover deze uitspraak betrekking heeft op de verzekeringspositie van betrokkenen.
2.1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. Betrokkene 6 was geen partij in het geding dat heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd. Deze betrokkene moet niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek tot herziening.
2.3. Namens [werkgever] en betrokkenen is ter onderbouwing van hun verzoeken onder verwijzing naar een aantal voorbeelden gesteld dat – heel kort samengevat – de wijze waarop artikel 13, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt uitgelegd en toegepast in Nederland, rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid tot gevolg heeft. In verband daarmee is de Raad verzocht om, voorafgaande aan zijn beslissing in deze herzieningsprocedure, prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
2.4. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 8 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4412) dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren en ook niet om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen. In beginsel kunnen alleen aangelegenheden van feitelijke aard tot herziening leiden.
2.5. Wat [werkgever] en betrokkenen hebben aangevoerd behelst geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:119 van Pro de Awb, zoals vermeld onder 2.1, nu de besluitvorming door de Belastingdienst rondom [betrokkene 3] ook naar voren had kunnen worden gebracht in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan om herziening wordt verzocht.
2.6. Het stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie van de Europese Unie is niet noodzakelijk om op de voorliggende verzoeken om herziening te kunnen beslissen.
2.7. Uit 2.1 tot en met 2.5 volgt dat de verzoeken om herziening, voor zover ontvankelijk, moeten worden afgewezen.
3. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) C.M. van de Ven (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Bijlage
Registratienummers
van de verzoeken die
bij deze uitspraak worden afgedaan
Aanduiding van het gedeelte van de uitspraak van de Raad van28 februari 2019, 18/1954 AOW-G e.v., ECLI:NL:CRVB:2019:2797,
waarop de verzoeken die zijn vermeld in de tweede kolom betrekking hebben
De periodes waarin betrokkenen op de
loonlijst stonden van [werkgever] Ltd. en de namen van de binnenvaartschepen waarop zij toen werkten
1.
19/4429 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/2439 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 1] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
2.
19/4430 (verzoek namens [betrokkene 1] )
18/2439 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 1] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
3.
19/4431 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/2437 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 2] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
4.
19/4432 (verzoek namens [betrokkene 2] )
18/2437 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 2] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
5.
19/4433 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/2434 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 3] , geen deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 31-12-2014,
[naam schip] (in 2013, n.b. in 2014)
6.
19/4434 (verzoek namens [betrokkene 3] )
18/2434 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 3] , geen deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 31-12-2014,
[naam schip] (in 2013, n.b. in 2014)
7.
19/4435 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/2432 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 4] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 31-12-2013,
[naam schip]
8.
19/4436 (verzoek namens [betrokkene 4] )
18/2432 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 4] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 31-12-2013,
[naam schip]
9.
19/4437 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/2425 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 5] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
10.
19/4439 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/1952 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 6] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
11.
19/4440 (verzoek namens [betrokkene 6] )
18/1952 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 6] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
12.
19/4441 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/2421 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 7] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
13.
19/4442 (verzoek namens [betrokkene 7] )
18/2421 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 7] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-01-2013 t/m 28-02-2014,
[naam schip]
14.
19/4443 (verzoek namens [werkgever] Ltd.)
18/2428 AOW; Beroep [werkgever] Ltd. (betrokkene [betrokkene 8] , wel deelname ex art. 8:26 Awb Pro)
01-04-2013 t/m 31-07-2013, [naam schip]