ECLI:NL:CRVB:2019:452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar studiefinanciering wegens adreswijziging
Appellante ontving studiefinanciering vanaf november 2011, inclusief een lening waarvan zij de aflossing moest starten in 2015. De minister stuurde berichten over de schuld en aflossingen naar het door appellante opgegeven adres in België. Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte van de schuld, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bericht geen besluit in de zin van de Awb was.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht en het niet onderbouwen van een verzoek tot vrijstelling. Appellante stelde in hoger beroep dat zij geen nota voor griffierecht had ontvangen en dat eerdere besluiten ten onrechte naar haar oude adres waren gestuurd.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat de griffier appellante niet had gewezen op het griffierecht. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep inhoudelijk. De Raad bevestigde dat het bericht over de schuld geen besluit was en dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat appellante haar adreswijziging niet tijdig had doorgegeven.
De Raad veroordeelde de minister in de proceskosten van appellante en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.